U gebruikt een verouderde browser. Wij raden u aan een upgrade van uw browser uit te voeren naar de meest recente versie.
Cyber-schadeartikel van Chupp uit de praktijk

  
 
 
 
 
 

Goed werkgeverschap en aansprakelijkheid

Door: Anita Hol-Bubeck en Martine Wichers-de Greef 
 
 
 
Werkgeversaansprakelijkheid en goed werkgeverschap Als een medewerker schade oploopt, draait de baas daar vaak voor op 
 
De afgelopen jaren is er veel jurisprudentie ontstaan over de klassieke werkgeversaansprakelijkheid en goed werkgeverschap. Met vergaande consequenties. Want als een medewerker schade oploopt in verband met zijn werk, zal de werkgever daar vaak voor moeten opdraaien, tenzij hij zich goed heeft verzekerd. In dit artikel leggen we dit uit aan de hand van een paar voorbeelden. 
 
Banketbakkerij ‘de Soes’ Kees is eigenaar van banketbakkerij ‘de Soes’. Hij heeft een aantal mensen in vaste dienst, waaronder bakker Jaap en bezorger Fleur. Op een kwade dag vinden er een aantal bijzonder vervelende gebeurtenissen plaats. Kees vraagt zich af of hij aansprakelijk is voor de letsel- en zaakschade die hierdoor zijn ontstaan. 
 
Blijvend letsel door mixer Jaap loopt ernstig blijvend letsel op. Hij komt met zijn arm in een deegmixer terecht. Dat komt niet door de mixer, blijkt uit onderzoek, want die functioneert goed, maar doordat hij per ongeluk de beschermkap niet goed op de bak heeft geplaatst.  
 
Werkgeversaansprakelijkheid Kees is aansprakelijk voor de geleden schade van Jaap op grond van de zogeheten ‘klassieke werkgeversaansprakelijkheid’, zoals geregeld in art. 7:658 BW. Volgens dit artikel moet Kees zorgen voor veilige werkomstandigheden. Omdat Jaap op de werkplek tijdens zijn werk schade heeft opgelopen, rust er op Kees een vermoeden van schuld. Kees heeft kennelijk niet gezorgd voor veilige werkomstandigheden en dus is hij (schuld)aansprakelijk. Zelfs als hij kan aantonen dat hij Jaap diverse keren heeft verteld hoe belangrijk het is om de beschermkap goed op de mixer te plaatsen. Kees is echter niet aansprakelijk als hij kan aantonen dat er sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid van Jaap voorafgaand aan het ongeluk. Daarvan zou bijvoorbeeld sprake zijn als Jaap tegen zijn collega’s zou hebben gezegd: ‘Kijk eens, ik stop mijn arm in de mixer en dan raak ik ernstig gewond.’ 
 
Auto-ongeluk tijdens werkzaamheden Aan het einde van de dag rijdt Fleur vanuit banketbakkerij ‘de Soes’ naar huis met haar eigen WA-casco verzekerde auto. Ze gaat onderweg nog even langs bij een klant om een bestelling af te geven. Als Fleur naar het huisnummer van de klant zoekt, maakt ze een stuurfout en rijdt ze tegen een boom. Ze raakt ernstig gewond en haar auto is ‘total loss’.   Kees kan er niets aan doen dat Fleur een stuurfout heeft gemaakt.  Daarom is Kees volgens art. 7:658 BW niet aansprakelijk voor de schade van Fleur. Maar ze heeft wel schade geleden in verband met een risico dat is verbonden aan haar werk. Volgens de uitleg van de Hoge Raad van het begrip ‘goed werkgeverschap’, dat is vastgelegd in art. 7:611 BW, moet de werkgever zorgen voor een adequate verzekering die een dergelijke schade vergoedt. Als Kees zo’n verzekering niet heeft afgesloten, moet hij op grond van goed werkgeverschap zelf de letselschade en de materiële schade vergoeden. Tenzij hij hiervoor verzekerd is, want dan betaalt de verzekeraar. 
 
 Wie vergoedt de schade van Jaap? Jaap heeft Kees aansprakelijk gesteld voor het blijvende letsel aan zijn arm. Kees heeft een zakelijke aansprakelijkheidsverzekering die ook dekking biedt voor werkgeversaansprakelijkheid. Omdat Jaap per ongeluk de beschermkap van de deegmixer niet heeft dichtgedaan, valt hem geen opzet te verwijten. De voorwaarden van de verzekering geven aan dat Kees moet zorgen voor goede en veilige werkomstandigheden. Kees heeft hier zijn uiterste best voor gedaan maar toch is het misgegaan. Dit kan gebeuren, en daarom is er dekking op de aansprakelijkheidsverzekering onder de rubriek werkgeversaansprakelijkheid. Dat is maar goed ook, want bij letselschade gaat het al snel om enorme bedragen! 
 
Wie vergoedt de schade van Fleur? Ook Fleur heeft de banketbakkerij aansprakelijk gesteld. In dit geval is er geen dekking op de aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven (AVB) van haar werkgever, want schade met of door motorrijtuigen is hierop uitgesloten. Voor motorrijtuigen is iedereen wettelijk verplicht een aparte WAverzekering af te sluiten. De auto van Fleur is WA-casco verzekerd, ze heeft geen eigen risico en ze heeft een bonusbeschermer afgesloten. De materiële schade aan de auto wordt vergoed door haar verzekeraar. Door het afsluiten van een bonusbeschermer heeft ze bovendien geen terugval in haar bonus/malus-ladder.  De letselschade van Fleur is niet gedekt op de autoverzekering omdat schade aan de bestuurder is uitgesloten. Houdt dit dan in dat Fleur zelf haar schade moet betalen (voor zover de zorgverzekeraar die schade niet vergoedt), terwijl ze onderweg was voor haar werk? Nee, want ze kan die schade verhalen op haar werkgever. Gelukkig heeft Kees een Verkeerschadeverzekering Medewerkers afgesloten. Deze verzekering biedt dekking aan medewerkers voor schade die zij oplopen in het verkeer bij de uitoefening van werkzaamheden voor hun werkgever. De letselschade wordt dus vergoed door de verzekeraar van Kees.  
 
 
Wij vertellen u er graag meer over.  U kunt ons bellen op 030-2250200 of een mail sturen naar info@lago.nl 


Praktische preventietips voor uw elektrische installaties.


Praktische preventietips voor uw elektrische installatie Voorkomen is beter dan blussen! 
Brand kan voor grote problemen zorgen, ook als u goed verzekerd bent. Het voortbestaan van uw bedrijf kan zelfs gevaar lopen, bijvoorbeeld omdat uw klanten dan naar de concurrent gaan. Het is dus belangrijk dat u brand voorkomt. Uw elektrische installatie verdient daarbij uw speciale aandacht, omdat branden vaak worden veroorzaakt door elektrische installaties. Bijvoorbeeld door een slecht ontwerp, verkeerde aanleg of slecht onderhoud. Veel oorzaken liggen echter ook bij de gebruikers en kunnen heel eenvoudig worden voorkomen.  
 
Hoofdoorzaak: slechte aanleg en onderhoud elektrische installatie Ook als het ontwerp van een elektrische installatie goed is, kan het fout gaan als de installatie niet goed wordt aangelegd. Bovendien kan een installatie na enige tijd gebreken vertonen. Maar liefst 60% van alle branden door elektrische installaties heeft hiermee te maken. Daarom is het belangrijk dat u de installatie periodiek laat onderhouden en inspecteren volgens de eisen van de NEN 3140. Deze norm beschrijft de inspectie en het onderhoud van elektrische installaties, apparaten en toestellen (zoals een koffieapparaat of boormachine). Ook wordt exact beschreven hoe een inspectie moet worden uitgevoerd, zodat materiële schade en letselschade wordt voorkomen.  
Tip 1: Schakel een gecertificeerd bedrijf in De NEN 3140 is een zeer uitgebreide en ingewikkelde norm. Daarom kunt u het beste een gecertificeerd bedrijf inhuren voor de inspectie van uw elektrische installatie. Zo weet u zeker dat alles voldoet aan de NEN 3140. 
Ontwerp is ook belangrijk  Ook het ontwerp van uw elektrische installatie is erg belangrijk voor de brandveiligheid. Er gelden dan ook zeer strenge, verplichte veiligheidsbepalingen. Deze zijn opgenomen in de NEN 1010. Deze norm beschrijft beschermingsmaatregelen, de keuze van elektrisch materiaal en de installatie hiervan.  
Tip 2: Nieuw bedrijfsgebouw? Laat de elektrische installatie controleren! Ongeveer 30% van de afwijkingen in gebouweninstallaties is het gevolg van een fout in het ontwerp. Bij de aanschaf of ingebruikname van een bedrijfsgebouw is het dus erg belangrijk dat u laat controleren of de elektrische installatie in orde is en voldoet aan de NEN 1010. 
Regelmatige inspectie en onderhoud van de elektrische installaties in een gebouw verkleinen het brandrisico enorm. Maar dat betekent nog niet dat alles veilig is. Veel branden ontstaan namelijk door aangesloten apparaten. Regelmatige inspectie en onderhoud van de aangesloten apparatuur is dus minstens zo belangrijk! 
Simpele organisatorische maatregelen De oorzaak van een brand ligt vaak bij de gebruikers van apparatuur. Brand wordt bijvoorbeeld veroorzaakt door:  
 overbelasting van tafelcontactdozen;  stopcontacten die niet meer in orde of niet geaard zijn;  blootliggende of beschadigde bedrading; 
 gebrekkige verbinding tussen draden (bijvoorbeeld met papiertape of een kroonsteentje);  niet volledig afgerolde kabelhaspels;   apparaten die onnodig worden aangelaten;  brandbare materialen in de buurt van warmtebronnen, zoals lampen en kachels;  gevaarlijke elektrische apparaten zonder toezicht;  verouderde en/of sterk vervuilde apparatuur;  verouderde TL-armaturen. 
Simpele maatregelen zijn vaak al genoeg om schade te voorkomen. Vaak is het een kwestie van gezond verstand en kan iedereen inzien dat een situatie brandgevaarlijk is. Helaas ontsnapt het vaak toch aan de aandacht, doordat ondernemers druk zijn met hun dagelijkse werk. Hieronder vindt u vijf tips waarmee u risico’s eenvoudig kunt verkleinen.  
Vijf praktische tips 
1. Sluit niet te veel apparaten aan op tafelcontactdozen. Zo voorkomt u oververhitting en brand.  2. Instrueer uw medewerkers om computers, monitoren en andere apparatuur aan het einde van de dag volledig uit te schakelen en niet op standby te laten staan. Ze trekken zo minder stof aan, wat de kans op kortsluiting en brand verkleint. 3. Vervang oude en slechte apparatuur op tijd. Slijtage kan namelijk leiden tot hittewerking of onvolledige kortsluiting, met brand tot gevolg.  4. Bewaar geen brandbare stoffen in de buurt van apparatuur die vonken veroorzaakt of veel warmte ontwikkelt.  5. Let bij het aanschaffen van apparatuur erop of deze voldoet aan de Europese regelgeving. Het CE-keurmerk geeft aan dat het product voldoet aan wettelijke eisen op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu. U leest er meer over op de website van de Rijksoverheid. 
Het kost u weinig tijd om u aan deze tips te houden. Maar het kan enórme problemen voorkomen. Veel succes met ondernemen! 
 
Wij vertellen u graag meer over preventie en de mogelijkheden die verzekeraars bieden. U kunt ons bellen op: 030-2250200 of mailen naar: info@lago.nl


Artikel uit AM inzake problemen met verplichte aflossing hypotheek voor toekomstige ouderen.


 

‘Aflosverplichting moet beperkt tot 50% van oorspronkelijke schuld’

 

Een nieuw kabinet moet de verplichte aflossing van hypotheken begrenzen tot de helft van de oorspronkelijke schuld. Daarvoor pleit onafhankelijk financieel planner Paul van der Kwast in een blog op de website Business Insider. Komt die beperking er niet dan ontstaan er grote financiële problemen voor gepensioneerden met een afgeloste hypotheek maar een klein pensioeninkomen.

Volgens Van der Kwast schaadt het volledig aflossen van hypotheken de economie. Hij noemt het een groot probleem dat veel gepensioneerden wel vermogen hebben, maar er niet bij kunnen omdat dat in hun huis zit. Met een ruim pensioen zorgt dat niet voor moeilijkheden, schrijft hij op Business Insider. “Maar veel gepensioneerden hebben geen of een karig pensioen (naast de AOW) en ook geen behoefte om flink na te laten, maar wel een (grotendeels) afgelost huis. Die hebben dus een probleem.

Opeethypotheek

Een opeethypotheek waarbij je geld leent op basis van de overwaarde van je huis biedt volgens Van der Kwast geen oplossing. Vanwege het strenge toezicht sinds de huizencrisis bieden nog maar twee partijen die aan, schrijft de financieel planner, Rabobank en Florius. Maar de meeste gepensioneerden komen er niet voor in aanmerking, omdat de geldverstrekkers alleen zo’n opeethypotheek bieden aan leners met “een respectabele leeftijd”.

Een krediethypotheek, die door meer banken wordt aangeboden, is volgens Van der Kwast geen oplossing. “Je krijgt er alleen eentje als je inkomen hoog genoeg is. En dat is nu juist het probleem bij vermogende gepensioneerden met een klein pensioen: die hebben een laag inkomen.”

Renteaftrek versneld afbouwen

Van der Kwast voorziet dat het probleem alleen maar toeneemt. Jonge huizenkopers zijn verplicht hun huis volledig af te lossen als ze gebruik willen maken van renteaftrek. Oplossing is volgens hem het begrenzen van de aflosverplichting tot 50% van de oorspronkelijke schuld. “Dan is er vrijwel geen risico meer dat huizen ‘onder water’ komen te staan. Maar dan kunnen de bewoners wel zelf bepalen of ze hun geld gebruiken om de lening volledig af te lossen of dat ze de overwaarde inzetten om hun leven te veraangenamen.”

Dat de toch al ‘hete’ huizenmarkt hier wellicht verder van oververhit raakt, wil Van der Kwast opvangen door de hypotheekrenteaftrek versneld terug te brengen, in ruil voor lagere belastingtarieven. Zo stimuleer je bovendien de economie, aldus zijn pleidooi.

Lees op website